laatste wijziging: 4 jaar geleden

NSAC IJsklimcursus 2012

 

Afgelopen januari zijn we met een groepje van zes SACcers en een instructeur, Corné, naar Heiligenblut in Oostenrijk vertrokken voor een ijsklimcursus van een week. Na de auto volgepropt te hebben met 5 man en veel te veel spullen, konden we op weg richting Oostenrijk. Joris van den Heuvel van de NijSAC vond het nodig om eerst nog even de auto tegen een geparkeerde auto aan te drukken. Gelukkig was er geen schade en konden we eindelijk op weg naar Oostenrijk. We zaten in de auto met Joris van den heuvel, Joris Jehle, en de tweeling van de ASAC, de gebroeders Perrin, die ik eigenlijk alleen uit elkaar kan houden door hun verschillende brillen.

 

De eerste twee dagen kregen we uitleg over het materiaal en de technieken van het ijsklimmen in de artificiële ijsklimtuin in Heiligenblut. Ik was erg blij dat ik onlangs een donsjas had aangeschaft, met -20 °C overdag was dit geen overbodige luxe. IJsklimmen is zonder meer één van de lijpste dingen die ik ooit gedaan heb. Een van de belangrijkste regels van ijsklimmen is: je mag NOOIT vallen. Teun: ‘ja maar, als ik het echt niet trek en toch val?’ Martin, onze gids: ‘je mag NOOIT vallen’.

Toen ik mijn eerste wandje ging klimmen begreep ik meteen waarom: met een ijsbijl in elke hand, stijgijzers aan je voeten en een dozijn vlijmscherpe ijsboren aan je klimgordel, kom je er bij een val sowieso niet ongeschonden vanaf. Het touw is er alleen om te zorgen dat je niet doodvalt…. fijn. Maar ja, dit zorgt er tegelijk voor dat het ook één van de vetste dingen is die ik ooit heb gedaan. Niks is vetter dan onder een enorme bevroren waterval te staan met al je materiaal, een lijn uit te kiezen en gewoon te gaan. Je hoeft niet te zoeken naar mooie randjes of pockets, je ramt gewoon je ijsbijlen in het eerste beste mooie stukje ijs en je stopt niet totdat je ergens een mooie standplaats kan maken. Niet vergeten af en toe een ijsboor in het ijs te draaien. Eenmaal boven gekomen draai je twee ijsboren schuin naar elkaar toe in het ijs om een tunneltje te maken, rijg je je touw erdoorheen, en kun je weer abseilen naar beneden. Mooi! Nu zijn er natuurlijk ook mindere kanten van het ijsklimmen, de screaming barfies bijvoorbeeld. Door het hard knijpen in de ijsbijlen en de kou kunnen je handen gevoelloos worden. Als je dan aankomt op een standplaats en het bloed weer richting je handen begint te stromen, doet dat zo’n pijn dat ik bijna stond te kotsen van de pijn toen het mij overkwam.

De beste kwaliteit ijs om in te klimmen is ijs dat een beetje aan het smelten is, dan kun je je ijsbijlen er makkelijk inslaan en zitten ze stevig vast. De keerzijde hiervan is wel dat er dan ijskoud water over je handen en in je mouwen loopt, lekker! Als zekeraar heb je ook zo je problemen, als je klimmer niet heel subtiel klimt ben je continu bezig om kleine en grotere ijsblokken te ontwijken. Houdt je in ieder geval wel scherp. Als je Joris van den Heuvel a.k.a ‘de sloper’ heet ben je ook nog eens elke avond bezig je broek (en/of been) te repareren omdat je weer een paar keer je stijgijzers erin hebt gezet.

Angst en ijsklimmen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, voor sommigen iets meer als voor anderen: halverwege een waterval begon Jan-Thijs te twijfelen of ie wel genoeg skills had om verder te klimmen. Hij begon lekker te verzuren en het lukte hem maar niet een ijsschroef te plaatsen. Na een paar minuten stil hangen ging onze (solerende) berggids toch maar even kijken hoe het met hem ging. Martin: ‘JT, geht es?’  JT (met een enorm beknepen stem): ‘Nein, es geht NICHT!!’… Ik heb hem nog nooit zo bang zien kijken! Na een beetje aanmoediging (en hulp) is hij uiteindelijk toch nog boven gekomen, wel met het voorlopige verlies van een handschoen en donsjas, maar dat mocht de pret niet drukken.

Ook Joris (Jehle) zijn mannelijkheid werd aardig op de proef gesteld nadat hem voor de zoveelste keer door onze gids werd toegeroepen ‘du schlägst ja wie ein Mädchen!’ Ondanks zijn voorzichtige slagwerk heeft onze Joris de week na zijn thuiskomst toch mooi de Knoope Open Ice in Bodegraven gewonnen.

Op de laatste dag van de cursus zijn we nog gaan ijs ‘canyoningen’, van onder naar boven i.p.v. andersom bij normaal canyoningen in de zomer. Het idee was goed, de uitvoering iets minder. Na een derde van de waterval waren we er al achter dat het ijs op sommige plaatsen wel heel dun was, zo dun dat je het water erachter hoorde en soms zag stromen. Heel mooi eigenlijk, zolang je maar niet door het ijs zakt. Op sommige plekken was er helemaal geen ijs en daar moesten we een beekje springen, of er door de diepe sneeuw aan de zijkant een weg langs sporen. Het was niet wat we verwacht hadden, maar we hebben ons geweldig vermaakt!

Al met al was het een top week. Heel veel geleerd, af en toe een beetje afgezien, veel gezellige avonden in ons super huisje met boonanza, koehandel, Jägermeister uit het vriesvak en een heel leuke groep!