laatste wijziging: 4 jaar geleden

Spannende tochten, lekker eten, toffe SAC'ers en schnaps!

 

Afgelopen vakantie ben ik samen met Inga en Floris op C1 cursus geweest. Op deze cursus leer je de basis alpiene technieken waarmee je deel kan nemen aan alpiene tochten met meer ervaren alpinisten. Dit klinkt misschien heel basic, maar brengt toch behoorlijk wat uitdaging met zich mee. Afgelopen C1 was dan ook een mengeling van afzien en genieten, vergezichten en natte wolken, zonneschijn en gure winden.

 

Voor C1 is het belangrijk om eerst goed in te lopen, en dat ging ik dan ook een week voor de cursus doen. Samen met Inga en Rick (een GSAC’er) gingen we naar midden Oostenrijk om eerst een paar flinke tochten door lagere berggebieden te maken. Het was fantastisch om weer in de alpen te zijn, maar de brede goed begaanbare wandelpaden vielen ons wel een beetje tegen. Daarnaast was het jammer dat veel van het uitzicht werd weggenomen door de bomen, dus aanvankelijk was het vooral een kwestie van snel omhooglopen om eindelijk boven die boomgrens uit te komen. Boven de boomgrens werden we echter, ondanks het slechte weer, begroet door het prachtige alpenlandschap van de HöheTauern vol met watervallen, alpenweiden en de plaatselijke bevolking: grote kudden schapen. Deze schapen kom je in het gebied tot ±2800 meter tegen en lijken zich dan ook erg goed thuis te voelen in het woeste landschap. Daarnaast zijn ze goede weersvoorspellers: als de schapen weglopen van een plek dan komt er vaak slecht weer aan.

 

Na een paar van dergelijke tochten in de eerste week was ik goed ingelopen en klaar voor C1. De groep waarin ik zat kwam uit alle hoeken van Nederland, van ESAC tot GSAC, en iedereen was erg gemotiveerd om hard van start te gaan. Iets waar ik van tevoren tegenop had gezien, opstaan rond 6/7 uur ‘s ochtends, bleek heel gemakkelijk te gaan vanwege het vooruitzicht van weer nieuwe alpiene ervaringen en mooie tochten. Het weer viel helaas tegen en daarom slaagden we er de eerste twee dagen niet in om toppen te bereiken, en hielden we het bij tourtjes over de besneeuwde helling van de omgeving. Het hoogtepunt van deze dagen was de sneeuwpret: het oefenen van vallen op sneeuwhellingen. Een voor een mochten we een sneeuwhelling afrazen om vervolgens met handen en voeten in de sneeuw te remmen. Hierna kwamen de varianten: op je buik met je hoofd naar beneden en op je rug met je hoofd naar beneden. Dit hoefde niet iedereen te doen, maar ik kan iedereen die nog eens C1 gaat doen het aanraden om het allemaal te proberen, want het is gewoon supergaaf om te doen.

 

De volgende dag stond er een grotere tocht op het programma: de Ankogel op 3160m hoog. Het weer was niet ideaal die dag. Het regende in de ochtend en het zou maar geleidelijk aan opklaren gedurende de dag. Het eerste stuk bestond uit een pad dat we de dag ervoor, en dáárvoor ook al op en af hadden gelopen en begon dus een beetje saai te worden, maar de rest van de tocht compenseerde daar ruimschoots voor. Via een aantal besneeuwde hellingen gingen we naar de gletsjer toe, en vervolgens klommen wij via een dik besneeuwde gletsjer omhoog. Het weer viel nog steeds tegen, want behalve dichte bewolking waar we bijna in terecht kwamen waaide het ook erg flink. Af en toe kwamen we al in flarden wolken terecht,  de angst bestond dat we in een white-out terecht zouden komen: dat is een combinatie van een verse en volledig witte sneeuwvlakte en zeer dichte mist, waardoor je niets meer ziet en totaal gedesoriënteerd kan raken. Het laatste stuk naar de top was een flink stuk klauteren over de graat wat zeer gemakkelijk was geweest in het zonnetje bij 20 graden, maar vooral moeilijk werd vanwege de harde ijzige wind en het bijna onzichtbare laagje ijs op sommige rotsen. Om deze reden besloten we om van touwen gebruik te maken, maar vallen was nog altijd uit den boze aangezien de touwen nogal los zaten. Dit kostte tijd, maar aangezien door het slechte weer de sneeuwbruggen op de gletsjer toch niet smolten konden we met flinke vaart de gletsjer weer afrazen om door de huttenwaard ontvangen te worden door een goede portie käsespatzelnen een shotje schnaps. De huttenwaard kwam ook met goed nieuws: de volgende dag zou de enige dag van de week met helder weer worden. Dit hield in dat die dag onze enige kans was om de grootste berg van de HöheTauern te bedwingen: de Hochalmspitze (3400m).

 

De volgende dag gingen we om half zes uit bed om zekerder te kunnen zijn van succes. De combinatie van de zware tocht van de dag ervoor en de korte nacht viel echter bar tegen bij de start. De eerste meters voelden de benen als lood, maar op magische wijze verdween bij de meesten dit gevoel binnen een half uur. Hierna waren de meesten goed op gang en gingen we als razenden de berg op. Het noodlot sloeg echter toe voor Inga: ze was wakker geworden met een ziek gevoel en dat had zich ontwikkeld tot hoge koorts gedurende het eerste uur van de tocht. Na een lang overleg werd er hierom besloten om met twee instructeurs verder te gaan, terwijl een terug ging met Inga.

 

Hierna volgde de oversteek van een spletige gletsjer, een klettersteig en de oversteek van een grote glooiende gletsjer. Na dit stuk met prachtige uitzichten naderden we de top. Er was echter een laatste barrière. Volgens het gidsje uit 1970 had dat een klein stukje klauteren moeten zijn, maar helaas was het broeikaseffect van grote invloed geweest op de gletsjer. Er moest nog een flink stuk omhoog geklommen worden over ijzige rotsen, en dit vereiste touwen voor de veiligheid. Met maar twee instructeurs duurde dit wat langer en tegen de tijd dat we van het prachtige uitzicht op de top konden genieten tikte de klok al 16:00 aan. Niet al teveel tijd om te genieten dus en meteen weer hutwaarts. Dit was makkelijker gezegd dan gedaan. De prachtige zon van die dag had behalve ons ook de gletsjer de gehele dag opgewarmd, en er moest dus gekozen worden voor een andere route terug om alle grote gapende spleten die waren verschenen op onze heenroute te omzeilen. Dat hield ook nog in dat we een flink eind over de graad moesten klauteren, we kregen dan ook een prachtige ondergaande zon te zien tegen de tijd dat we op de gletsjer stonden. Met dit mooie uitzicht “gleden” wij de gletsjer af, en uiteindelijk kwamen we ook nog toe aan spleetje springen. Na de klettersteig en de andere gletsjer te hebben gehad, waarin nog twee personen in een spleetje gleden, hadden we alleen nog een stuk pad te gaan. Het was echter ook gaan schemeren, en het zou niet lang meer duren voordat het echt donker was. Rennend samen met de voorste touwgroep kwamen we tegen het donker, rond half tien, eindelijk bij de hut aan. Normaliter wordt er om deze tijd geen eten meer geserveerd in de hut, maar tot onze grote dankbaarheid had de geniale huttenwaard nog de moeite genomen te gaan koken toen hij ons door zijn verrekijker aan zag komen (als hij ons toen niet had gezien had hij de reddingsdienst gebeld vertelde hij later). Wij hadden echter nog geen tijd om te eten want het tweede deel van de groep moest nog komen, en die waren nu echt in het donker onderweg en moesten snel lampjes hebben. Gelukkig bleken deze niet erg ver achter, en iedereen had het veilig gehaald, behalve een van de instructeurs die een geblesseerde knie had opgelopen bij het vallen in een spleet.

 

Natuurlijk was de gang van zaken op deze tocht niet zoals het hoort. We hadden eerder terug moeten keren als we een veilige tocht hadden willen maken. Toch was de beslissing gemaakt om door te gaan omdat iedereen zo enthousiast was en gemotiveerd was om voor de top te gaan. Dit was natuurlijk niet slim, maar zegt wel wat over de ontzettend gemotiveerde sfeer die er in de groep was. De rest van de week werd dan ook besteed aan het verbeteren van de alpiene skills. We kregen nog les in navigatie, weersvoorspelling, lopen en route bepalen over allerlei soorten bergachtig terrein, tochtenplanning, reddingstechnieken en natuurlijk inschatting of je door moet gaan. Deze zaken vormen een basis voor alpinisme die noodzakelijk is om veilig mee te kunnen op alpiene tochten en zaten er goed bij mij in na deze C1. De cursus had maar een week geduurd, maar leek in mijn herinnering wel dubbel zo lang. Uitgeput maar met mooie herinneringen en liefde voor de alpen ging ik weer terug naar huis.